Kettlebear crossfit Backpack 45L

Je denkt pas over een goede sporttas na als je er één hebt die je gek maakt

Laatst stonden we na de training nog wat na te praten in de box. Zoals dat meestal gaat, ging het gesprek eerst over de WOD, daarna over schouders die eigenlijk nog een dag rust hadden moeten krijgen en uiteindelijk over iets totaal anders. Eén van de jongens gooide zijn sporttas op de grond, trok de rits open en begon te zoeken naar zijn autosleutels.

Na een minuut of twee kwam er van alles uit die tas. Eerst een lifting belt. Daarna een hoodie. Twee polsbanden. Een half leeg zakje winegums. Een rol tape. Een paar grips. Een lege shaker waarvan niemand precies wist hoe lang die er al in zat. Uiteindelijk kwamen de sleutels ook tevoorschijn, helemaal onderin, naast een banaan die zijn beste tijd duidelijk had gehad.

Iedereen moest lachen, vooral omdat niemand zich beter kon voordoen. Vrijwel iedere CrossFitter heeft zo’n tas. Je stopt er iedere training iets bij, haalt er thuis nét niet alles uit en na een paar maanden draag je ongemerkt een complete uitrusting met je mee. Op zich is daar niets mis mee, totdat je merkt dat je iedere training opnieuw aan het zoeken bent.

Het gekke is dat de sport zelf daar eigenlijk de oorzaak van is. CrossFit is in de afgelopen jaren veranderd. Waar je vroeger met een T-shirt, een handdoek en een flesje water de box binnenliep, nemen de meeste sporters tegenwoordig zonder nadenken een halve uitrusting mee. Niet omdat het moet, maar omdat je die spullen simpelweg gebruikt. Een springtouw, grips, tape, wrist wraps, knee sleeves, een belt, een handdoek, een shaker, een waterfles, misschien een potje magnesium en vaak ook nog een reserve-shirt voor de terugweg. En als je rechtstreeks uit je werk komt, verdwijnt er ook nog een laptop in dezelfde tas.

Eigenlijk is het best bijzonder dat we al die spullen vervolgens in één groot vak gooien en verwachten dat we alles meteen terugvinden.

Dat besef kwam bij ons niet tijdens een productvergadering, maar ergens op een parkeerplaats. Eén van ons kwam rechtstreeks uit een afspraak, laptop nog in de tas, snel de box in voor de les. Vlak voor de warming-up ging de tas open om de grips te pakken. Terwijl de coach de eerste uitleg gaf, lag de halve inhoud van de tas inmiddels op de achterbank. De grips waren er uiteindelijk wel, maar pas nadat ook de laptop, een oplader, een notitieblok, een hoodie en een handdoek tijdelijk buiten de tas waren beland.

Nog vervelender was een paar weken later. Een shaker bleek nét niet goed dichtgedraaid. Je voelt hem al aankomen. Tegen de tijd dat de tas weer open ging, rook niet alleen de shaker naar vanille-eiwit, maar ook de laptophoes, een notitieblok en ongeveer alles wat erin zat. Dat is zo’n moment waarop je beseft dat een sporttas niet alleen groot moet zijn, maar vooral logisch moet zijn ingericht.

Toch hebben we jarenlang gedacht dat dit er gewoon bij hoorde. Een sporttas was nu eenmaal een grote zak waar je spullen in verdwenen. Pas toen we vaker met een rugzak op pad gingen, merkten we hoeveel prettiger dat eigenlijk was. Niet omdat een rugzak er stoerder uitziet, maar omdat je hem de hele dag ongemerkt gebruikt. Op de fiets blijft hij gewoon zitten. Op een station heb je beide handen vrij voor een kop koffie of je telefoon. Op een vliegveld hoef je hem niet iedere honderd meter van schouder te wisselen. En als je onderweg nog even boodschappen doet, vraag je je af waarom je dit niet jaren eerder hebt bedacht.

Misschien heeft dat ook te maken met hoe we tegenwoordig sporten. Voor veel mensen is een training niet langer iets wat tussen het avondeten en Netflix past. De box ligt ergens tussen kantoor en huis in. Soms train je tijdens een zakenreis in een drop-in box aan de andere kant van de wereld. Soms ga je na de training nog door naar vrienden of moet je de volgende ochtend vroeg weer de deur uit. Je sporttas is daardoor veel meer geworden dan een tas voor één uurtje trainen. Het is een tas die eigenlijk je hele dag meedraait.

Dat merkten we zelf misschien nog wel het sterkst tijdens reizen. Op audit in Azië is een sporttas ineens ook handbagage, laptoptas, cameratas en sporttas tegelijk. In Taipei liep één van ons na een werkdag rechtstreeks een CrossFit-box binnen voor een drop-in. De laptop zat nog in de tas, net als documenten van die middag, terwijl er daarnaast ook grips, een springtouw en sportkleding mee moesten. Dan wil je niet eerst tien minuten staan zoeken of bang zijn dat je laptop tegen een metalen belt ligt te schuren. Juist op zo’n moment ga je waarderen dat alles een vaste plek heeft.

Toen we besloten een eigen rugzak te ontwikkelen, hebben we daarom verrassend weinig naar andere sportmerken gekeken. We zijn vooral uitgegaan van de vraag: hoe ziet een gewone trainingsdag er eigenlijk uit? Niet een perfecte Instagram-dag waarop alles netjes is opgeruimd, maar een echte maandag waarop je haast hebt, onderweg nog een broodje eet, na je werk de box induikt en thuis pas ontdekt dat je gebruikte grips nog steeds in je tas zitten.

Van daaruit ontstonden de keuzes die uiteindelijk in de KettleBear Backpack terechtkwamen. Geen wirwar van twintig kleine vakjes waar je na een maand de weg in kwijt bent, maar een ruime indeling die logisch voelt. Een beschermd laptopvak omdat steeds meer sporters werk en training combineren. Meshvakken waarin je in één oogopslag ziet waar je kleine spullen liggen. Twee ruime zijvakken voor een bidon of shaker. Sterke SBS-ritsen waarvan je niet na een half jaar hoeft te hopen dat ze het nog doen. En misschien wel ons favoriete detail: de kleine clip aan de buitenkant waaraan je na de training je gebruikte grips kunt hangen. Niet omdat het een spectaculaire innovatie is, maar omdat juist zulke kleine ergernissen iedere week terugkomen.

Grappig genoeg merk je het grootste voordeel van een goede rugzak pas na een tijdje. Niet omdat je er voortdurend naar kijkt, maar juist omdat je er niet meer over nadenkt. Je weet waar je spullen liggen. Je hoeft niet meer te graven naar je autosleutels. Je laptop blijft schoon. Je grips kunnen drogen. Je gooit de tas op je rug en vertrekt.

Misschien is dat uiteindelijk wel de beste eigenschap van goede gear. Het hoeft niet op te vallen. Het moet er gewoon voor zorgen dat jij je kunt bezighouden met wat echt leuk is.

Met trainen.

En als we heel eerlijk zijn… die banaan uit het begin van het verhaal? Die zat niet in de tas van een klant.

Die was van ons.

 

Translate